De les van de eenzame fietser

Na dagen vol zon is het tijd voor een echte herfstdag. De opspattende regen op het grijze asfalt stemt mij toch een beetje somber. Het gebrek aan kleur en het gebrek aan zon veroorzaken als vanzelf een gebrek aan vrolijkheid. Ik zoef over de dijk naar huis en verheug me al op de warmte van de houtkachel. Dit weer vraagt om comfort, dit weer vraagt om de warme cocon van ons huis. Ineens zie ik hem linksvoor in beeld verschijnen. Hij rijdt op het fietspad onderaan de dijk. Vanuit mijn positie kan ik hem goed zien. Mogelijk waant hij zich onbespied. Hoewel, eerlijk gezegd vermoed ik dat het hem niets uitmaakt. De keurig uitziende man, zijn haar door de jaren heen wit geworden, rijd op zijn fiets door de regen. Niet bijzonders, zou je denken.

Normaal zou mijn blik niet eens op hem gevallen zijn. Maar hij doet iets bijzonders, iets typisch, iets wat ik niet met zijn uiterlijke leeftijd kan matchen. Ik kijk opnieuw. Zie ik dat nu goed? Het is toch wel een man op leeftijd? Vanuit het zijraampje kan ik nog net constateren dat ik het goed zie. De keurig uitziende, witbehaarde meneer zwenkt van links naar rechts. Zijn stuur gooit hij beurtelings om en zijn lichaam doet mee. Zijn fiets slingert over het fietspad. Het is een bewuste actie. Meneer slalomt als een heuse jonge knul tussen de onderbroken witte belijning op het fietspad door. De afstand tussen ons is te groot en mijn snelheid te hoog om hem nog goed in het gezicht te kunnen kijken. Ik kan me zo voorstellen dat een jongensachtige grijns zijn gezicht oplicht.

Ik voel hoe mijn mondhoeken omhoog krullen. Ik voel een lachkriebel opkomen. Deze man doet iets mannelijks: hij koestert het kind in zichzelf. Ik vermoed dat de witte lijnen hem riepen. Dat ze hem vroegen of hij het nog kon, net als vroeger. Hij bedacht zich geen moment en gooide vol jeugdige bravoure zijn stuur om.

In mijn achteruitkijkspiegel zie ik hem verdwijnen. De grijze lucht voor mij is nog net zo grijs. De regen op het asfalt geeft nog dezelfde grauwe sluier. En toch… De lucht voelt lichter en de regen doet er ineens niet meer zo toe. Deze man verdrijft met zijn jeugdige onbevangenheid mijn sombere bui. Als ik uit de auto stap deert de regen me niet meer zo. Ik besluit een voorbeeld te nemen aan deze man en huppel naar de supermarkt. In gedachten dan. Mij ontbreekt net dat laatste stukje jeugdige bravoure om het spreekwoordelijke stuur om te gooien.

Iedere zondagochtend verschijnt er bij Taalknutsels een nadenker online. Meer lezen? Kijk bij de Zondagse Knutsels! Zelf teksten nodig? Kijk hier wat Arianne voor jou kan betekenen of neem contact op voor de mogelijkheden. En kijk ook eens naar het zojuist verschenen boek Zwarte Roze Wolk!

Kun jij dansen in de regen?

Na een zomer vol droogte kwam het ineens met bakken uit de hemel: regen. Een onophoudelijke stroom vocht vond zijn weg van de hemel naar de aarde. Regen, je weet wel, dat spul waar wij Nederlanders doorgaans over mopperen. Omdat er teveel valt, omdat het op de verkeerde plaatsen of op de verkeerde momenten valt, omdat het te nat is, omdat het onze straten blank laat staan, omdat het ons evenement in het water laat vallen of omdat het ons, op weg naar onze bestemming, laat veranderen in verzopen katten.

Snakken naar vocht

De droogte heeft iets in ons veranderd. De droogte maakte van de regen ineens een soort goddelijk vocht, waar we allemaal naar verlangden. De droge grond schreeuwde om water. Verpieterde, bruine grassprieten, meer dood dan levend. Verpieterde groenten, kromme komkommers, verschrompelde paprika’s, te kleine pruimen; ze snakten allemaal naar water. Boeren hadden zorgen. Niet om een mislukte oogst door velden vol regen, maar om een mislukte oogst door velden die snakten naar water.

Eindelijk… regen!

Na de eerste druppels regen kwamen er op social media juichende berichten voorbij van mensen die lieten zien dat het bij hen regende. Deze mensen deelden hun enthousiasme met de wereld om hen heen. Misschien voelden zij zich stiekem vereerd dat zij wél regen hadden. Ik zag mensen op tv die lachend vertelden dat ze zonder paraplu door de regen liepen, omdat ze de regen toch een beetje gemist hadden. Waren wij dit? Waren deze Nederlanders die de regen juichend ontvingen, dezelfde Nederlanders die doorgaans mopperen vanwege de regen?

We zijn bij tijd en wijle een mopperend volkje, niet alleen wanneer het om de hoeveelheid regen gaat. We mopperen op zoveel vanzelfsprekendheden in het leven. Als we eerlijk zijn, mopperen we best vaak uit luxe. Een periode waarin alles wat zo vanzelfsprekend is ineens ontbreekt is soms heilzaam. Pas bij die langdurige afwezigheid realiseren we ons dat het voorheen ‘zo slecht nog niet was’. Pas dan groeit het verlangen naar iets waar we graag op mopperen.

Wat is jouw regen?

De regen is teruggekeerd. Onze zoon was dolenthousiast. ‘Kijk mama, zegen!’ Hij kan de -r- niet uitspreken, maar in dit geval had hij toch ook een beetje gelijk.  We haalden massaal opgelucht adem. Een beetje regen is zo slecht nog niet, we kunnen niet zonder. Het brengt ons ook een hoop goeds. Inmiddels zijn we weer aan de regen gewend (op sommige plekken viel ook wel ineens ontzettend veel) en is alles weer bij het oude. Nu kunnen we met plezier weer mopperen op al dat vocht en vergeten hoe we deze zomer snakten naar diezelfde regen.

Kijk vandaag eens om je heen. Waar mopper jij regelmatig op? Is datgene waar je op moppert eigenlijk zo slecht nog niet? Misschien laat het je wel groeien, wordt je er wijzer van, geeft het je op zijn tijd ook plezier. Mogelijk zou je het missen wanneer het er nooit meer is. Trek je regenpak aan, zet je paraplu op of beter nog: ga dansen in jouw regen. Zeg eens één keer dank je wel tegen datgene (of diegene) waar je op moppert, probeer af en toe te kijken naar wat het je óók geeft. Soms wordt aanwezigheid pas opgemerkt wanneer het afwezigheid is geworden.